Vijfde zondag na Pinksteren : Elia -zondag van de bezeten zwijnen


 

VIJFDE ZONDAG NA PINKSTEREN

FEEST VAN DE PROFEET ELIAS

ZONDAG ‘VAN DE BEZETEN ZWIJNEN’


Profeet  ELIAS

 

Elias 66

eliaswagenbanskooben
Elias op de hemelwagen

Elia (profeet)

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie :

Elia is een van de grote profeten uit de Bijbel. Zijn veelbewogen leven is beschreven in de boeken 1 en 2 Koningen. Hij leefde in de 8ste eeuw voor het begin van onze jaartelling, toen het volk van Israël opnieuw de afgoden was gaan dienen.

Hij ging naar koning Achab en kondigde een grote droogte aan. Toen niemand zich bekeerde, verborg hij zich bij de beek Cherith, waar hij elke ochtend en avond door raven werd gevoed. Bekend is het verhaal van zijn ontmoeting met de weduwe van Sarfat. Hij verrichtte daarbij twee wonderen: het meel in de pot raakte niet op en de kruik met olie raakte niet leeg, en hij wekte het gestorven zoontje van zijn gastvrouw weer tot leven.

Op de berg Karmel kwam het tot een beslissende ontmoeting met de priesters van de Kanaänitische afgod Baäl, waarbij God op Elia’s gebed vuur uit de hemel liet neerkomen terwijl daarvoor de offers van de priesters van Baäl zonder vuur waren gebleven. Op bevel van Elia werden deze Baäl-priesters vervolgens door de toekijkende Israëlieten gedood.

Hierna moest Elia vluchten omdat de vrouw van koning Achab, Izebel, dreigde hem te laten vermoorden. Aangekomen bij de berg Horeb in de Sinaï-woestijn had hij een diepgaand zielgesprek met God, waarin hij de opdracht kreeg om een opvolger te zalven, Elisa. Omdat koning Achab op onrechtmatige wijze de wijngaard van Naboth had verkregen, waarbij deze laatste werd gestenigd, moest Elia van God Achab en zijn vrouw Izebel hun dood aanzeggen; hun dood vond niet lang daarna plaats.

Niet lang daarna eindigde Elia’s leven op aarde; hij stierf niet op gewone wijze, maar werd ten hemel opgenomen. Zijn opvolger Elisa was hiervan getuige.


Lezingen voor de vijfde zondag na Pinksteren : zondag ‘van de bezeten zwijnen’

 

MATTHEUS ,8,28-9,1

Genezing van twee bezetenen
    
[28] Toen Hij aan de overkant kwam, in het land van de Gadarenen, kwamen Hem vanaf de rotsgraven twee bezetenen tegemoet. Ze waren zeer gevaarlijk, zodat niemand over die weg durfde te gaan. [29] Ze brulden: ‘Wat wilt U van ons, Zoon van God? Bent U ons hier voortijdig komen kwellen?’ [30] Een eind verderop weidde een grote troep varkens. [31] De demonen smeekten Hem: ‘Als U ons uitdrijft, stuur ons
dan naar die troep varkens.’
[32] Hij zei tegen hen: Ga maar.’ Ze kwamen eruit en gingen de varkens in. Heel de troep stoof de helling af het meer in, en ze kwamen om in het water. [33] De varkenshoeders gingen ervandoor. Ze gingen naar de stad en vertelden alles, ook wat er met de bezetenen was gebeurd. [34] Nu ging heel de stad Jezus tegemoet, en toen ze Hem zagen, vroegen ze Hem om uit hun gebied te vertrekken.

Weer in Kafarnaüm
[1] Hij stak per boot over en kwam in zijn stad.

GERASA

 

Hier zie je de ruïnes van Gerasa. De stad heet nu Jerasj.Hier bevond zich in de tijd van Jezus de hoofdstad van het land der Gerasenen. Macedonische kolonisten hadden zich hier (310 v. Chr.) gevestigd.

ROMEINEN,10,1-10

Hoofdstuk 10

 [1] Broeders en zusters, het is mijn vurige wens en ik bid tot God dat zij gered worden. [2] Ik getuig dat zij godsdienstige ijver hebben, maar het is ijver zonder inzicht. [3] Met hun miskenning van Gods gerechtigheid* en hun pogen een eigen gerechtigheid op te richten, hebben zij zich niet aan de gerechtigheid van God onderworpen. [4] Want Christus is het doel van de wet tot gerechtigheid voor ieder die gelooft.

De gerechtigheid uit het geloof
    

5] Zeker, over de gerechtigheid door de wet schrijft Mozes: De mens die haar volbrengt*, vindt door haar het leven. [6] Maar* de gerechtigheid uit het geloof spreekt aldus: Zeg niet bij uzelf: Wie zal opstijgen naar de hemel? Dat is: Christus laten afdalen. [7] Of: Wie zal neerdalen in de onderwereld? Dat is: Christus uit het dodenrijk laten opstijgen. [8] Nee, zegt de Schrift, het woord is dicht bij u, in uw mond en in uw hart, het woord namelijk van het geloof, dat wij verkondigen. [9] Want* als uw mond belijdt dat Jezus de Heer is, en uw hart gelooft dat God Hem uit de doden heeft opgewekt, zult u gered worden. [10] Het geloof van uw hart brengt de gerechtigheid en de belijdenis van uw mond brengt de redding.

Auteur: Krisbiesbroeck

Christiaan Biesbroeck Licentiaat Theologie/filosofie