Vierde zondag na PInksteren

 

newban


VIERDE ZONDAG NA PINKSTEREN

VADERS VAN DE ZES EERSTE OECUMENISCHE CONCILIES

“Van de hoofdman van Kafarnaüm”


Vaders van de zes eerste oecumenische concilies (450 x 608)

BIJBELLEZINGEN  :  ROMEINEN 6,18-23

 

 U bent bevrijd van de zonde en dienaren geworden van de gerechtigheid. – Sprekend* tot zwakke mensen, druk ik mij erg menselijk uit. – Zoals u eertijds uw ledematen in dienst hebt gesteld van onreinheid en steeds grotere bandeloosheid, zo moet u ze nu in dienst stellen van de gerechtigheid, tot uw heiliging.
      Toen u slaaf was van de zonde, was u vrij ten opzichte van de gerechtigheid.  Welke vruchten hebben uw daden toen opgeleverd? Alleen dingen waarover u zich nu schaamt, want ze liepen uit op de dood.  Maar nu, bevrijd van de zonde en dienstknecht geworden van God, oogst u heiligheid en tenslotte eeuwig leven. Want het loon van de zonde is de dood, maar de gave van God is het eeuwig leven in Christus Jezus onze Heer.

MATTHEUS  8,5-13 :

 Toen hij Kafarnaüm binnenging, kwam er een centurio naar hem toe die hem om hulp smeekte.  ‘Heer,’ zei hij, ‘mijn slaaf ligt thuis verlamd op bed en lijdt hevige pijn.’ Jezus antwoordde hem: ‘Ik zal meegaan en hem genezen.’  Daarop zei de centurio: ‘Heer, ik ben het niet waard dat u onder mijn dak komt, u hoeft alleen maar te spreken en mijn slaaf zal genezen.  Ook ik ben iemand die onder andermans gezag staat en zelf weer soldaten onder zich heeft, en als ik tegen een soldaat zeg: “Ga!” dan gaat hij, en tegen een andere: “Kom!” dan komt hij, en als ik tegen mijn dienaar zeg: “Doe dit!” dan doet hij het.’  Toen Jezus dit hoorde, verbaasde hij zich en hij zei tegen degenen die hem volgden: ‘Ik verzeker jullie: bij niemand in Israël heb ik zo’n groot geloof gevonden. Ik zeg jullie dat velen uit het oosten en uit het westen zullen komen en met Abraham, Isaak en Jakob zullen aanliggen in het koninkrijk van de hemel,  maar de erfgenamen van het koninkrijk zullen worden verbannen naar de uiterste duisternis; daar zullen zij jammeren en knarsetanden.’  Tegen de centurio zei Jezus: ‘Ga naar huis. Zoals u het geloofd hebt, zo zal het gebeuren.’ Op hetzelfde moment genas zijn slaaf.

OVERDENKING :

De honderdman in de lezing van vandaag geeft blijk van moed als hij Jezus vraagt zijn slaaf te genezen. Contact opnemen met een joodse rabbi uit een klein stadje in Galilea was voor een machtig officier in het Romeinse leger politiek gezien geen handige zet. Maar hij aarzelde niet Jezus te benaderen. Waar haalde hij die moed vandaan? Uit dezelfde bron waardoor wij geestelijk dapper kunnen zijn, een gevoel van afhankelijkheid en een groot vertrouwen dat Jezus in staat is ons te helpen.
Hebt u gemerkt hoe dringend en wanhopig de woorden van de honderdman waren? “Heer, mijn slaaf ligt thuis verlamd op bed en lijdt hevige pijn” (Matteüs 8,6). Kennelijk gaf deze man veel om zijn slaaf en wilde hij hem niet zien lijden. Daarom ging hij op zoek naar Jezus, zonder zich iets aan te trekken van de eventuele gevolgen, en deed hij zowel moedig als nederig zijn verzoek.
Deze honderdman was duidelijk om hulp verlegen, maar dat op zich was nog niet voldoende om hem naar Jezus te laten gaan. Hij moet ook geloofd hebben dat Jezus een bijzondere kracht had waardoor Hij in staat was de loop van een ernstige ziekte te stuiten. Hij moet gevoeld hebben dat Jezus in zijn behoefte kon voorzien.
Merk ook op dat de honderdman zijn slaaf niet naar Jezus toe bracht om hem te laten genezen, zoals zoveel anderen hadden gedaan. Hij dacht niet eens dat het voor Jezus nodig was zijn slaaf aan te raken. Het enige wat hij wilde was dat Jezus een uitspraak deed, dan zou de genezing plaatsvinden. Geen wonder dat Jezus zich verwonderde over zijn geloof — en hij was nota bene een heiden!
 Jezus wil ieder van ons hetzelfde soort dapper geloof geven dat deze honderdman aan de dag legde. We weten dat geloof een vrije gave van God is. Maar we weten ook dat we met God moeten meewerken om het geloof vrucht te laten dragen. Het is zaak onze overdreven,complexe verstandelijkheid te laten varen – alsmede onze vrees – en nederig, afhankelijk en in vertrouwen tot Jezus te komen. Denk de volgende keer wanneer u aan de Eucharistie deelneemt aan deze honderdman en zijn geloof wanneer u met hem belijdt: “Heer, ik ben het niet waardig dat Gij onder mijn dak komt, maar spreek en ik zal gezond worden.”

          BRON : Stichting KVC-Helmond

kafarnaum 2

De hoofdman van Kafarnaüm – Egbert codex ca.993

Auteur: Krisbiesbroeck

Christiaan Biesbroeck Licentiaat Theologie/filosofie