HOOGFEEST VAN PINKSTEREN
Zie ook het artikel over de ICOON van Pinksteren

Pinksteren : moderne icoon
Op deze achtste zondag van het Pascha, vieren wij het heilige Pinksterfeest (vijftigdagenfeest). In een hevige stormvlaag deelt Christus aan zijn Apostelen de Heilige Geest mede, onder de gedaante van vurige tongen: in geweldige kracht komt de Geest over de vissers. Door de gebeden van de Heilige Apostelen, Christus onze God, ontferm U over ons.
(Synaxarion)
Pinksteren wordt ook wel in de liturgische boeken genoemd als “De Zondag van de Vijftigste Dag”. Een benaming die op zich genomen over de inhoud van het feest dus niets meedeelt.
Uit de Heilige Schrift weten we dat vijftig dagen na Pasen de H. Geest onder de gedaante van vurige tongen over Christus’ leerlingen neerdaalde.
Vóór zijn Hemelvaart, had Christus aan zijn leerlingen de nederdaling van de Heilige Geest beloofd en daarom bleven “zij allen eensgezind volharden in het gebed samen met de vrouwen, met Maria, de moeder van Jezus en met zijn broeders” (Hand. 1,14) te Jeruzalem.
En negen dagen later had inderdaad deze Nederdaling van de Heilige Geest plaats, precies op de dag van het grote Joodse feest der “Pentecostes” of vijftig dagen, waarbij “die heilige dag” (Lev. 23,21) werd gevierd waarop de Heer aan Mozes de Wet of Tien Geboden gaf, toen het volk van Israël aan de voet van de berg Sinaï kampeerde, vijftig dagen na de doortocht van de Rode Zee en de uittocht uit Egypte.
In het nieuwe Verbond krijgt de “doortocht” zijn nieuwe betekenis in de Dood-Verrijzenis van Christus en de “uittocht” in de overgang van de mens uit de zondige wereld naar het Koninkrijk Gods. Bovendien wordt in het Nieuwe Testament het feest der “Pentecostes” geheel hernieuwd door de vestiging van de “nieuwe wet”, de nederdaling van de Heilige Geest over de leerlingen van Christus.
Plotseling kwam er uit de hemel een gedruis als of er een hevige wind opstak en heel het huis waar zij gezeten waren, was er vol van. Er verscheen hun iets dat op vuur geleek en dat zich, in tongen verdeeld, op ieder van hen nederzette. Zij werden allen vervuld van de Heilige Geest… (Hand. 2,2-4).
En door de kracht die zij van boven ontvingen, begonnen de Apostelen te prediken en getuigenis af te leggen van Jezus als de verrezen Christus, de Koning en de Heer. Dit ogenblik wordt algemeen beschouwd als dat van het Ontstaan van de Kerk.
In de orthodoxe traditie is de Zondag van Pinksteren echter tevens het feest der Drieëenheid. Immers, de nederdaling van de Heilige Geest houdt de volledige revelatie in van de Heilige Drieëenheid: Vader, Zoon en Heilige Geest. De volheid van de Godheid manifesteert zich in de nederdaling van de Geest en door deze manifestatie toont en schenkt de Godheid zich geheel aan de wereld van Haar Schepping.
Ons Pinksterfeest is de herdenking en de viering van dit feit.
In de plechtige morgen-officie van het feest wordt de Ikoon van de dag uitgedragen, die de Drieéénheidsikoon is, de voorstelling namelijk van de drie Engelen die bij Abraham te gast waren (Genesis 18) en waarin de Kerkvaders veelal een openbaring zagen van de Heilige Drie-Eenheid. Blijkbaar is Pinksteren dus vooral de dag waarop het mysterie van de ene God in drie Personen wordt gevierd.
De liturgische teksten van het feest geven daartoe ruimschoots aanleiding.
Komt, volken, om de Driepersoonlijke Godheid te aanbidden: de Vader, de Zoon en de Heilige Geest. Want buiten alle tijd brengt de Vader voort de medeëeuwige en medetronende Zoon, en de Heilige Geest is in de Vader en wordt verheerlijkt met de Zoon. Eén Macht, één Wezen, één Godheid: wij allen aanbidden en zeggen: Heilig zijt Gij God die door de Zoon alles geschapen hebt, tezamen met de energie van de Heilige Geest. Heilig is de Sterkte, door wie wij de Vader mogen kennen, en door Wie de Heilige Geest in de wereld gekomen is. Heilig is de Onsterfelijke, de Geest die in de wereld gekomen is. Heilig is de Onsterfelijke, de Geest, de Trooster, Die uitgaat van de Vader, en Die rust in de Zoon. Heilige Drie-Eenheid, ere zij U.” (uit de Vesperdienst)
In dit gezang en in nog vele andere nodigt de Kerk haar kinderen uit het mysterie van Gods Eénheid in Drie Personen te beschouwen en te bezingen. Toch zou het een onjuiste voorstelling zijn van Pinksteren, wanneer hierbij geen aandacht zou besteed worden aan de neerdaling van de Heilige Geest.
Het is waar, de tweede Pinksterdag is uitsluitend gewijd aan de H. Geest en de Ikoon van die dag is bij voorkeur een voorstelling van Zijn komst in de gedaante van vurige tongen.
Maar ook al op de eerste dag wordt reeds hetzelfde feit gevierd. Er wordt een verband gelegd tussen de viering van de Heilige Drie-Eenheid en de komst van de Heilige Geest.
“De Heilige Geest is het Leven en de Levendmaker; het Licht en de Schenker van het licht; de Goede en de Bron van goedheid; door Hem wordt de Vader gekend, door Hem wordt de Zoon verheerlijkt en door allen gekend.”
“Wij hebben het ware Licht aanschouwd.
Wij hebben de Hemelse Geest ontvangen.
Wij hebben het ware geloof gevonden.
Wij aanbidden de ondeelbare Drie-Eenheid,
want ’t is Zij Die ons heeft gered.”
Telkens weer opnieuw komt men in de Goddelijke Liturgie er op terug dat er tussen de komst van de Heilige Geest en de verering van de Heilige Drie-Eenheid een verband bestaat; dat de H. Geest door de Vader werd gezonden na de verlossing van het menselijk geslacht door de Zoon; en dat door de komst van de H. Geest het Goddelijk heilsplan met betrekking tot de verlossing van het mensdom pas volledig werd geop
enbaard.
Zo zien we dus, dat deze sterke benadrukking van het geheim van de Heilige Drie-Eenheid op Pinksteren nog niet zo vreemd is.
De oude profetie van Joël wordt door Petrus herhaald en bevestigd in zijn eerste redevoering tot de Kerk van Christus (Hand. 2,14-17): Petrus trad naar voren met de elf en verhief zijn stem om het woord tot hen te richten: “…Het zal geschieden in de laatste dagen, zegt God, dat Ik mijn Geest zal uitstorten over alle mensen…”
In de viering van Pinksteren beleven wij wat aan ons moet geschieden en in werkelijkheid al geschiedt in de Kerk vandaag. Wij zijn allen gestorven en wij zijn allen verrezen met de Koning-Verlosser, en wij hebben allen de Heilige Geest ontvangen. Wij zijn de “tempel van de Heilige Geest”. De Geest Gods woont in ons. Als leden van de Heilige Kerk hebben wij in het Sacrament van het H. Vormsel “het Zegel van de Heilige Geest” ontvangen. Pinksteren is in ons allen voltrokken !
Vader Bernard Peckstadt
