Hymne op God

O, Gij, Al-Andere
Hoe anders zou men U mogen noemen !
Hoe zou een woord U prijzen : door geen woord zijt Gij te melden.
Hoe zou de rede U beschouwen : door geen enkele rede zijt Gij begrijpbaar.
Gij alleen zonder naam : want door U eerst is alle naam.
Gij alleen ongekend door gedachten : want door U eerst is er gedachte en denkbaarheid.
U prijst, wat stamelen en wat niet stamelen kan.
U eert, wat denken en wat niet denken kan.
Aller begeeren en smarten tezamen zijn om U,
U smeekt het al.
Tot U stamelt alles, zinnend over Uw zinnebeeld, een zwijgende hymne.
Op U alleen wacht alles. En op U dringt alles tezaam.
En aller doel zijt Gij, Gij ene en alles en gene.
En ook niet ene, niet alles.
Almachtige , hoe benoem ik U, de enig ongenoemde ?
In het donker boven de wolken dringt zelfs geen hemels verstand. – Genade, O, Gij Al-Andere !- hoe anders zou men U mogen noemen !
Heilige Gregorius van Nyssa

