BEZINNINGSTEKSTEN VAN VADER VASILY : MONNIK EN
MARTELAAR VAN HET OPTINA POESTIN KLOOSTER IN
MOSCOU (deel 1)
Het russische Optina klooster werd kort na de communistische
revolutie verwoest., zoals zovele andere orthodoxe kloosters
en kerken. Na de val van het communisme, werd het klooster
aan de Kerk teruggegeven en met veel moeite terug hersteld.
In de zomer van 1988 bestond het corpus van het
klooster uit een vader-abt , twee priestermonniken , twee
diakenmonniken en vier novicen. Op 3 juni 1988 werd de eerste
Goddelijke Liturgie gevierd. In de paasacht van 1993 zou het
klooster opnieuw het toneel worden van een gruwelijke gebeurtenis :
drie monniken werden er op gruwelijke wijze vermoord : Vader
Ferapont (Vladimir Poesjkarjov) Vader Trofim (Leonid
tatarnikov) en Vader Vasily (Igor Rosljakov). Sindsdien spreekt
men van de drie martelaren van Optino Poestyn.
Vader Vasily, één van de drie, hield er nauwkeurig een
dagboek op na. Vooral de gebeden en bezinnende teksten
maken een grote indruk. Wij geven hier een bloemlezing
van een aantal diep religieuze teksten teksten die geschreven
zijn vanaf 1988 tot aan zijn dood. In 1993.
De teksten zijn genomen uit het boek : EEN BLOEDIG PASEN,
geschreven en bijeengebracht door Nina Pavlova (vertaling Pieter
Eggermont) en uitgegeven bij uitgeverij IVERON – Amsterdam, 2005
21 maart 1988 :
Nooit zat ik in vrolijk gezelschap,
Nooit heb ik vreugde gekend.
Ik leefde eenzaam, gegrepen door U,
En was van Uw toorn vervuld. (Jeremias 15,17)
Nooit was ik dronken op een feest,
Nooit ging ik om met geleerde personen.
Ik leefde alleen, door U bevreesd
En stond zwijgend voor de ikonen.
3 april 1988, Palmzondag :
Liturgie in Poesjkino. Preek over de eucharistie :
1.Al duizend jaar kiest de Heer, op voorspraak van de Heilige Vaders,
zijn dienaren uit het Russische volk om te dienen in zijn hemelse
stad, het Nieuwe Jerusalem.
2. De ellende van ons land is te wijten aan het onbegrip van de
Russische priesterstand
(en daardoor hun veronachtzamen) van frequente communie.
Vader Johannes Krestjankin, bisschop Ignatius Brjantsjaninov
3. Eucharistie betekent ‘deelgenoot’ zijn.
4. Geen beschouwende, maar een actieve aanwezigheid in de kerk.
21 juni t/m 29 augustus 1988, Optina Poestyn : citaten :
“Wee hem die het loon van de werknemer afneemt, want dat is
hetzelfde als bloed vergieten” (Efraïm de Syriër)
“Met zijn leven getuigt de mens van zijn begrip van de waarheid”
(Isaäc de Syriër)
“De belangrijkste deugden zijn : kennis van je eigen onmacht,
geduld, zelfoverwinning. Zij leiden de mens naar de deemoed”
(Vader Ambrosius)
De bijbel is de sleutel tot de geschiedenis. De geest van de
geschiedenis. Pas daarna komt de archeologie, de geologie enz…
“Dat was ferme taal van God”
een oude priestermonnik.
3 september 1988 : citaat :
“Eensgezindheid is niet per se goed, de rovers zijn het ook
wel eens met elkaar eens” Johannes Chrysostomos
17 november 1988 : citaten :
“Hoe groter de liefde, des te groter de ontberingen voor de ziel.
Hoe voller de liefde, des te voller de kennis.
Hoe vuriger de liefde, des te vuriger het gebed
. Hoe volmaakter de liefde,
des te heiliger het leven “ Starets Silouan
Er is niets dat ons in de weg staat om God te beminnen.
Wat moet je doen om de vrede in lichaam en geest te beweren ?
Iedereen liefhebben als jezelf, en ieder
uur gereed zijn om te sterven.
27 februari 1989 :
Al het aardse is weerloos. Niets meer
dan een schaduw, een voorbode
van de Opstanding uit de doden
van Christus onze Heer.
20 maart 1989 In hoeveel stukken moet ik
mijn kleed verscheuren
Om rust in mijn ziel en vergeving te vinden ?
Hoeveel as moet ik over mijn gewonde
hoofd strooien
Om van mijn kwade gedachten af te komen ?
Welke vodden moet ik aantrekken
Om mijn zonden onder ogen te komen ?
Doelloos zwerf ik rond naar alle kanten
Vruchteloos zoek ik mijn berouw.
Maar U, Heer, die heeft gezegd : ‘Zonder Mij kunnen
jullie niets doen
Treed binnen in heel mijn lichaam met Uw woord.
Verbrijzel mijn versteende hart
En maak het tot een bron van tranen van berouw.
Waar anders kan ik leren huilen, dan bij U, o God ?
Waar anders kan ik rouwen, dan in Uw tempel ?
Waar anders kan ik troost vinden, dan in Uw woorden,
Heilige God ?
Laat mij niet in de steek, Heer, en gedenk mij.
Net als Saulus ga ik als een bezetene tegen U tekeer
En verjaag Uw genade van mij weg,
Maar U, Heer, verschijn in mijn hart en beschijn mij met
het licht van Uw liefde,
Zodat ik, de vervloekte, uitroep : Wat moet ik doen, Heer ?
Ik ga naar U toe, Heer, maar tegelijkertijd heb ik kwade gedachten,
Net als Anania en Saffira verberg ik een deel van mijn ziel
voor ijdele wereldse zaken.
Zie mijn onmacht en maak as van mijn geheimen,
zodat ik zonder oordeel voor U kom.
Heer, hef mij op, want ik ben neergeknield voor de zonde.
Zoon, leid mij uit mijn schandelijk leven.
Heilige, schijn met Uw licht over mijn nachtelijke zoektocht.
Onbenaderbare Drievuldigheid, laat mij tot U komen met mijn
onophoudelijk
Berouw.
Ik ga naar U Vader, maar probeer net als Anania en Safira te
verhullen dat
ik een deel van mijn ziel besteed aan ijdele zaken.
Ik geef U heel mijn leven, maar ik bewaar de hoop op mijn
eigen krachten.
Ik sta ’s ochtends op om u te loven in mijn ochtendgebeden,
maar heimelijk
verberg ik mij voor Uw woorden.
Kijk barmhartig naar mijn zwakheden en reinig de bodem
van mijn ziel.
Breng mij terug naar U zonder oordeel.
Er is niets dat mijn ziel als troost aanvaardt.
Als ik om mij heen kijk zie ik slechts boze en trotse mensen
die mij bedreigen.
’s Nachts word ik getroffen door de leugens van mijn hart.
Van alle kant komen verdriet en slechte woorden.
Ik kan mij er niet tegen verweren, alleen mijn geween kan
mij beschermen.
Heer, gij hebt mij ontmaskerd en ik kniel voor U neder.
Laten mijn haren mijn ogen bedekken, opdat zelfs de nacht
mijn tranen niet ziet.
Mijn verdriet is enkel voor U, God
Verlaat mij niet, de opstandige, maar bezoek mij en red mij.
Mijn ziel heeft een ongewone honger, mijn hart een ongewone dorst :
Ik snak naar de woorden van God, naar Uw waarheid.
Christus, zie neer op mijn onmacht
En schenk mij Uw hemels manna.
Meester, aan U geef ik heel mijn leven,
Maar heimelijk blijf ik hopen op mijn eigen krachten.
Ik doe U roem toekomen, maar daarbij probeer ik een deel
van mijn slechtheid
te verbergen.
Heer, minacht niet het berouw van mijn hart en
ontferm U over mij.
21 maart 1989 :
“Je moet jezelf opofferen aan de kerk, en niet de kerk
opofferen voor jouweigen heil.” Uit : de laatste brief
van metropoliet Benjamin Kazansky (1874-1922)
24 maart 1989 :
Als mijn naaste mij beledigt, gaat mijn ziel naar U uit, o Heer.
Als mijn ziel het moeilijk heeft, roepen mijn lippen Uw naam aan.
Maar waar moet ik naartoe gaan als U zegt : ik ken u niet ?
Dan kan zelfs de aarde mij niet bedekken, noch kan de hemel
zich over mij ontfermen.
Verwerp mij niet van voor Uw aangezicht.
Ik offer U het Uwe, en toch roem ik mijzelf.
Net als de tovenaar Simon probeer ik met gebeden
en goede daden de
Heilige Geest te verwerven. (Hand.8,9-25)
Vergeef mij , Heer en denk niet terug aan mijn oneerlijkheid.
26 maart 1989 :
Mijn mond belijdt openlijk het geloof in U, God.
Mijn lichaam is bereid tot ascese en ontberingen.
Maar mijn ziel bereidt zich zwijgend voor om U te verlaten.
Heer, verbrijzel mijn gevoelloze hart en wek mij op uit de
slaap van de onwetendheid.
Tegen moedeloosheid : psalm 102,37,91
In geval van menselijke intriges : spalm 3,54,59,143
Als ik U verlaten heb, God, verlaat mij dan niet helemaal,
Maar duld mijn waanzin en ongerechtigheid.
Bedek mijn vleselijke begeerten.
Vergeef mij in het uur van mijn berouw.
Denk niet terug aan mijn onstandvastigheid en tweeslachtigheid.
28 maart 1989 :citaten :
“…Als we de uitspraken van onze vaders gebruiken om
onze eigen bekoorlijke wil door te voeren, richten wij onze
ziel te gronde” (Dorotheüs van Gaza)
Het opschrift bij het oude monument voor I -V -Kirejevsky :
“Ik heb vanaf mijn jeugd de wijsheid liefgehad en haar nagestreefd,
totdat ik begreep dat ik haar slechts van God kan ontvangen”
“Wanneer zij de heilige zien sterven, zullen zij niet kunnen
begrijpen wat God voor hem heeft bereid” (S.Tsetverikov)
29 maart : citaat :
“Nu gij uw ziel gereinigd hebt door de waarheid gehoorzaam
te aanvaarden, moet gij elkander beminnen met oprechte
broederliefde,met hart en vurigheid” (1 Petrus 1,22)
3 april 1989 : Op de dag van de heiligverklaring van de startsen
van Optina :
Rom.14,7-9 :’Niemand leeft voor zichzelf, niemand sterft voor
zichzelf. Zolang wij leven,leven wij voor de Heer, en sterven wij,
dan sterven wij voor de Heer : of we leven of sterven, Hem
behoren wij toe.. Daarvoor is Christus gestorven en weer
levend geworden : om Heer te zijn over doden en levenden.’
Het grote sacrament van de heiligheid :
De aarde geeft aan de hemel wat haar toekomt.
De zonen aanvaarden hun vaders in ongeschonden toestand,
Heiligheid wordt zichtbaar en voelbaar !
Houdt stand, rechtgelovigen ! Bekeert u, ongelovigen !
Het bewijs is hier, laat allen geloven in het eeuwige leven !
Laat de wateren terugvloeien naar hun bron
Om de woorden terug te brengen die hier zijn uitgesproken.
Laat de velden en bloemen met dauw bedekt worden,
Om ons te laten zien welke tranen hier zijn vergoten.
Laat het stof en de stenen ( de ruïnes) tot leven komen,
Zodat wij de oude warmte weer kunnen voelen.
Laat de bomen zich verheffen
Om te onthullen hoe hier medelijden is beoefend.
Laat ons dot alles weerzien opdat wij mogen huiveren
En met schaamte tot u smeken :
Heilge vaders, verwerp uw onwaardige zonen niet.
14 mei 1989 : heilige Pafnutius van Borvsk
Vandaag zingen wij jubelend uw roem
En kussen teder uw heilige ikonen.
Wij vullen de ikonenlamp met olie,
Ontsteken de kaarsen en de wierook.
Uw beeltenissen dragen wij op een banier in processie.
Vandaag is het feest van de kinderen,
Die met tranen smeken :
Komt en verblijft bij ons, onwaardige volgelingen.
Monastieke hemellichamen,
Wonderlijke vlucht van adelaars,
Rijkgevulde kaarsenstandaard van de Moeder Gods,
Waarlijke druiventros van Christus’wijngaard,
Zó noemen wij jullie, heilige startsen van optina.
31 mei 1989 :
Ik heb U mijn trouw beloofd, Heer,
Maar bij de eerste tegenslag moest ik afhaken en heb U geloochend.
Nu ik zie dat U dit wilt vergelden,
Herinner ik mij mijn beloften
En loop weg, bitter huilend.
De ellendige Judas hield van Jezus
Enkel om het gewin, en ik, zwakkeling, die hetzelfde.
Ik weiger de goddelijke liefde,
Verdwaald in de duisternis van de trots.
Red mij, Heer, opdat ik niet val in het ravijn van het verraad
en het eeuwig verderf.
Toen jij van God de gave had gekregen om mensen te genezen
Ben jij trots geworden, Judas.
Jij bent in verzoeking gebracht door wat je gekregen hebt.
Net zo probeer ik, de driemaal vervloekte, schatten van trots
te vergaren.
Ik ben bang om U ook maar éénmaal te verraden.
Red mij, Heer, opdat ik U alleen
alle roem en dank zal doen toekomen.
1 juni 1989 :
Ik weet, Heer, dat u iedere zoon kunt straffen en vergeven.
Maar ik kan mijn tranen niet onderdrukken
Als ik zie dat iemand door U gestraft wordt.
Vergeef, Heer en schenk mij geduld en dankbaarheid.
Met mijn verstand weet ik
Dat U de treurenden en vernederden met roem beloont,
Maar mijn ziel kan niet worden getroost door de komende beloningen.
Ik wordt bevangen door verdriet
Als ik zie hoe mijn dierbaren worden vernederd.
Ontferm u over mij, Heer,
Leer mij te bidden voor mijn vijanden die enkel in aantal toenemen.
Teksten uit het boek ‘een bloedig Pasen)
Uitgekozen door Kris B.
(wordt vervolgd)
