ONTWIKKELING VAN DE ANAPHORA (EUCHARISTISCH GEBED)
IN DE OOSTERSE LITURGIE
1. DE HANDELINGEN VAN JEZUS TIJDENS HET LAATSTE AVONDMAAL.
Voor het ontstaan van de liturgie moeten wij teruggaan naar het laatste avondmaal. We vinden de verhalen hierover bij de drie synoptische evangeliën en bij Paulus.Bij Johannes vinden we de instellingsverhalen niet. Als we deze vier verhalen (1.Kor.11,23-33 ; Mark.14,12-25 ; Matt.26,26-29 en Lc.22,15-20) met mekaar vergelijken, dan valt ons op dat het verhaal bij Marcus en Mattheüs sterk op mekaar gelijken, evenals het verhaal van Paulus en Lucas, alhoewel Lucas zich duidelijk door Marcus heeft laten inspireren. Het verhaal van Paulus is het oudse (de brief zou geschreven zijn rond 55), maar hij verwijst naar een hem overgeleverde traditie die terug zou gaan op Jezus zelf : ‘Want zelf heb ik bij overlevering van de Here ontvangen, wat ik u weder overgegeven heb…(v23). Het is namelijk zo, dat door de praktijk van de eerste Christenen de gebeurtenissen van de instelling tot ons zijn gekomen. Samengevat komt het hier op neer : Jezus heeft bij het begin brood in zijn handen genomen ,Hij heft het brood omhoog , Hij heeft vervolgens een gebed van lofprijzing uitgesproken. . Dan heeft Hij het brood gebroken het aan zijn leerlingen gegeven,
Hij heeft van dat brood verklaard : Dit is mijn Lichaam (Paulus voegt hier nog aan toe :’ voor u, doet dit tot mijn gedachtenis‘, en Lucas : ‘dat voor u gegeven wordt’). Dan had de eigenlijke maaltijd plaats.Pas op het einde van de maaltijd volgde het eucharistisch handelen met de wijn gemengd met water.In de versie van Lucas luidt dit :’Evenzo, de beker, na de maaltijd, zeggende : deze beker is het nieuwe verbond in mijn bloed, die voor u uitgegoten wordt’ (Lc.v 30) Ook bij Paulus vinden wij deze toevoeging.. Bij Mattheüs en Paulus vinden wij de constructie enigszins anders : ‘”Dit is het bloed van mijn verbond, dat voor velen vergoten wordt tot vergeving van zonden’(Matt.28b-29a). Bij Paulus is het ongeveer dezelfde constructie., maar voegt eraan toe :’ doet dit, zo dikwijls gij die drinkt tot mijn gedachtenis’(1 Kor..11,26). Het verbond waarvan sprake verwijst naar het verbond dat God sloot met Mozes : ‘Zie, het bloed van het verbond dat de Here met u sluit, op grond van al deze woorden’ (Exodus, 24, 8). Een verwijzing naar het nieuwe verbond vinden we bij Jeremias : ‘Zie de dagen komen, luidt het woord des Heren, dat Ik met het huis van Israël en het huis van Juda een nieuw verbond sluiten zal..’(Jeremias, 31,31).
Uit bovenstaande kunnen we besluiten dat de instelling van de eucharistie plaatsvond tijdens een ‘maaltijd’. Vervolgens is hier reeds een eerste structuur merkbaar van een liturgie : brood nemen, dankgebed uitspreken, brood breken en uitdelen, Hetzelfde met de beker. Ook inhoudelijk heeft jezus een belangrijk nieuw element aan toegevoegd : het brood en de wijn, worden tot lichaam en bloed van Hemzelf. Vervolgens de verwijzing naar het nieuwe verbond : het oude neemt hier een einde. Jezus sluit een nieuw verbond, dat reeds in het oude testament werd aangekondigd. Jezus is de vervulling van het oude verbond. En tenslotte : het is een gedachtenisviering , niet in de zin dat Zijn woorden louter symbolisch moeten worden opgevat, maar wel , dat telkens wanneer wij hetzelfde doen als Hij, Hijzelf zichzelf opnieuw tegenwoordig stelt.
2. DE JOODSE ACHTERGROND VAN DE EUCHARISTIE
Het ontstaan van de eucharistie moet begrepen worden vanuit de praktijk van de Joodse religieuze maaltijden.. Jezus heeft de eucharistie ingesteld in het kader van het Joodse Paasmaal. In feite is het hier van minder belang, of dit was in het kader van een Paasmaal, dan wel gedurende een gewoon vriendenmaal ‘Het Joodse paasmaal is immers ritueel gezien een plechtiger vorm van een religieuze vriendenmaaltijd’ (A.Verheul : Grondstructuren van de eucharistie,Emmaüs, Brugge 1974).
.Om dergelijke maaltijden beter te begrijpen , moeten wij eerst iets zeggen over de ‘Beracha’ of zegenspreuken.
De ‘Beracha’ is de meest volmaakte gebedsvorm in de Joodse traditie. In de Beracha staat de Heer centraal. Hij wordt erkend in zijn liefdevol handelen. In de zegenspreuken wordt de Heer met name om drie dingen, die voor Hem het meest wezenlijk zijn geprezen.
In de eerste plaats wordt de Heer erkend als Schepper. Hij is de eigenaar, de koning en de schenker van alle dingen. Om al Zijn scheppingsgaven wordt Hij geloofd. Vervolgens wordt Hij geloofd, omdat Hij zich aan zijn volk geopenbaard heeft. Tenslotte wordt de Heer geprezen om Zijn belofte van de uiteindelijke Verlossing.
De ‘Beracha’ of zegenspreuk stelt de biddende gelovige in staat om ruimte te geven aan zijn gevoelens van verwondering en bewondering. Hij eert God om de wonderen die Hij verricht. Het handelen van de Heer boezemt de gelovige ontzag in. De aanspreekvorm in de ‘ Beracha’ is deels in de tweede persoon –‘Geprezen zijt Gij’ – deels in de derde persoon ‘(Hij) die ons ‘gesteld’ heeft…
Hoe verliep zo’n religeuze maaltijd ?
We baseren ons hiervoor op het boekje van A.Verheul, boven geciteerd.
Kort samengevat kunnen we zo’n maaltijd schematisch als volgt samenvatten :
Bij het begin van de maaltijd staat de voorzitter op ( men lag aan tafel) .
1. Na een rituele handwassing drinkt iedereen uit de drinkbeker– Ieder spreekt voor zich een zegengebed uit (Beracha)
2. Begin maaltijd : De voorzitter staat op (men lag aan tafel.)– Hij spreekt een zegengebed tot Jahweh :’ Gezegend zijt Gij, heer onze God, koning van het heelal, die de aarde het brood doet voortbrengen ‘. Allen antwoorden : ‘Amen‘. Hij brak het brood en gaf ieder van de mede aanliggenden een stuk dat zij nuttigden.
3. Eigenlijke maaltijd – naar einde toe opnieuw zegengebed – – tweede rituele handwassing
4. Wijnbeker wordt aan de tafelvoorzitter gebracht, samen met Water. Wijn wordt gemengd met water .
5. Tafelvoorzitter vraagt toestemming aan mede-aanligge om Het zegengebed uit te spreken (Birkat-ha-zimmoen) :– Bij drie gasten zei hij : ‘laat ons lofprijzen’– Bij vier :’ ‘zegent’– Bij tien en meer : ‘Laat ons de Heer onze God lofprijzen’– Bij honderd en meer : ‘Laat ons de Heer onze God lof-prijzen.
6. Mede-aanzittenden geven hun toestemming met een lofspreuk :
7. Opheffen van de drinkbeker en uitspreken van het grot
e Zegengebed of Birkat-ha-mazon.
8. Nadat hij het zegengebed had uitgesproken, liet hij ‘de beker der Zegeningen’ onder de medeaanliggenden rondgaan.
Staan we nog even stil bij de ritus met de beker (punt 7). De rite bestond hieruit, dat de tafelvoorzitter de beker een beetje hoog voor zich hield en na het gebed haar liet rondgaan en dat men daaruit dronk. Let er op, dat elke strofe eindigt met een korte zegenformule ‘Gezegend zijt gij Heer die…’ die het thema nog eens aangeeft. Er is dus sprake van een keten van Berachot (= meervoud van ‘Beracha’; ‘Beracha’ wordt in woordconstructies ‘birkat’.)Volgen we nu even de ritus van het grote zegengebed :
Inleidende dialoog : (V = Tafelvoorzitter ; A = antwoord van de mede-aanliggenden).
V : Laat ons de Heer, onze God lofprijzen. A.Gezegend zij de Naam van de Heer nu en altijd.
V. Met uw instemming zullen wij Hem zegenen, die ons in Zijn goederen heeft doen delen.
A.Gezegend zij Hij van Wiens gaven we hebben gegeten. Door zijn goedheid
Leven wij.
Dan volgt het uitspreken van de Birkat-ha-mazon ( bestaat uit drie afzonderlijke zegengebeden) :
Birkat-ha-zan : Gezegend zijt Gij, Heer onze God, Koning van het heelal, die heel de wereld voedt met uw goedheid, uw mildheid en uw barmhartigheid. Gij geeft aan alle vlees zijn voedsel, want Gij voedt en houdt in leven iedereen. Al wat Gij, Heer, geschapen hebt geeft Gij te eten. Gezegend zijt Gij, Heer, die aan allen hun voedsel schenkt.
Birkat-ha-aretz : Wij zeggen U dank, Heer onze God, voor het goede en uitgestrekte begerenswaardige land, waarnaar uw liefde is uitgegaan en dat Gij aan onze vaderen als erfenis hebt geschonken. Wij zeggen U dank voor uw verbond dat Gij in ons vlees hebt bevestigd, voor de Wet, die Gij ons gegeven hebt, voor het leven, de mildheid, de genade en het voedsel dat Gij ons verschaft voortdurend en altijd. Voor al deze weldaden, Heer onze God, zeggen wij U dank en zegenen wij uw Naam. Moge uw Naam voortdurend door ons gezegend worden. Gezegend zijt Gij , Heer, voor het land en voor het voedsel.
Birkat-Yeroesjalayim : Heb medelijden, Heer onze God, met Israël, uw volk, Jeruzalem, uw stad, met Sion, het verblijf van uw heerlijkheid, met het koninklijk huis van David, uw gezalfde, het grote en heilig huis waarover Uw Naam is aangeroepen. God, onze Vader en onze koning, voed ons en houd ons in leven, verschaf ons spoedig hulp in onze tegenslagen. Laat ons niet afhankelijk zijn van de gaven der mensen want hun gaven zijn gering en hun beledigingen zonder maat. Moge uw heilige en vreeswekkende Naam voor ons een borg zijn. Dat Elia en ook de Messias, de zoon van David, nog komen tijdens ons leven. Moge het koninklijk huis van David, uw gezalfde, weer terugkomen en over ons heersen want Gij zijt de Enige, die ons redt ter wille van uw Naam. Doe ons weer opgaan naar Jeruzalem, geef ons weer de vreugde om haar, troost ons om Sion, uw stad. Gezegend zijt Gij , Heer, die Jeruzalem weer herbouwt.
De Birkat-ha-mazon, de Beracha bij uitstek bij de 3e bekerrite, is de kern, terwijl de brood-beracha aan belangrijkheid verliest.
Omwille van het grote belang van deze Joodse maaltijdriten, is het voor ons ook duidelijk waarom de eerste Christenen zo vaak verwijzen naar gemeenschaps-
maaltijden en dat daar vroeg of laat de idee ‘Maaltijd van de Heer’ werd aan gekoppeld.In de evangelieën staan veel verhalen van Jezus die de maaltijd neemt met zondaars, tollenaars, farizeeërs, grote massa mensen. Het lijkt wel of de
evangelisten naar DE maaltijd toe werken. Met als hoogtepunt de maaltijd met de voetwassing (Joh.13). Philippus heeft het gezien : ‘Zalig hij die met u aanzit in het Koninkrijk’.
De tekst die Jezus zal gebruikt hebben is zeker deze van de Joods-zeligieuze maaltijd . De tekst spreekt voor zich en is in het licht van wat met Jezus aan de hand was ontzettend beladen. Hij voegde er immers aan toe ‘…want dit is mijn Bloed dat voor u wordt uitgegoten’ ter bekrachtiging van het nieuwe verbond. Jezus heeft er dus een andere , ‘nieuwe ‘ betekenis aan gegeven. Marcus en Mattheüs gebruiken voor de broodritus het woord ‘eulogein’ (zegenen) : ‘Gezegend zijt gij, Heer onze God, Koning van het heelal, die de aarde het brood doet voortbrengen’, Amen antwoordden allen. Jezus voegde aan die formule zijn woorden toe : ‘ Dit is mijn lichaam’’. Pas voor de uitgebreidere formule van de bekerrite gebruiken zij ‘eucharist
ein’ (danken). Lucas en paulus (1 Kor.11,23-26) gebruiken ‘eucharistein voor beide riten. Dit is begrijpelijk : Lucas was geen Jood en Paulus schreef voor christenen uit de ‘heidenen’ voor wie dat onderscheid niet meer van belang was. Het ‘doet dit tot mijn gedachtenis’ staat alleen bij Lucas en Paulus, dus na ‘eucharistein’, dat kennelijk het begripswoord ‘EUCHARISTIE’ is geworden. ‘Eulogein’ komt in latere geschriften niet meer voor !.
3. VERDERE ONTWIKKELING IN DE VROEGE KERK
‘ En allen, die tot het geloof gekomen en bijeenvergaderd waren, hadden alles gemeenschappelijk ; en telkens waren er die hun bezittingen en have verkochten, en ze uitdeelden aan allen die er behoefte aan hadden ; en voortdurend waren zij elke dag eendrachtig in de tempel, braken het brood aan huis en gebruikten hun maaltijden met blijdschap en eenvoud des harten, en zij loofden God en stonden in de gunst van het gehele volk. En de Heer voegde dagelijks toe aan de kring, die behouden werden’. (Hand.2,44-47).
De praktijk van de maaltijden werden door de eerste christenen in ere gehouden
Er was op dit moment nog geen sprake van een afzonderlijke rite, los van een maaltijd..
De ons als oudste bewaarde tekst komt uit de ‘Didachè’, een ‘onderricht van de apostelen’. Dit gebed erin is nog een maaltijdgebed te noemen. Vermoedelijk te Antiochië ontstaan in ca 100 na X. De joodse drieledige beracha is herkenbaar :
‘ Inzake de eucharistie dankt als volgt :
eerst omtrent de beker :
1 ‘Onze Vader, wij danken U
voor de heilige wijnstok van David, Uw dienaar,
die ons door Uw dienaar Jezus hebt geopenbaard..
Aan u de eer in de eeuwen’
2.Vervolgens met betrekking tot het gebroken brood :
‘Onze Vader, wij danken U
voor het leven en voor het inzicht,
dat U ons door Jezus, Uw dienaar, hebt geopenbaard.
U zij lof in eeuwigheid !.
3.Zoals dit gebroken brood op de bergen verstrooid was
En bijeengebracht één werd,
Laat zo uw Kerk van de uiteinden der aarde
In Uw Rijk bijeengebracht worden,
Want aan U is de heerlijkheid
en de macht door Jezus Christus in eeuwigheid
4.Niemand ete en drinken van uw eucharistie buiten diegenen die In de naam van de Heer gedoopt zijn. Want hierover heeft de Heer gezegd : ‘ Geeft het heilige niet aan de honden’ (Matt.7,6).
5. Nadat Gij u verzadigd hebt, dankt aldus :
Heilige Vader, wij danken U voor Uw heilige Naam
Waaraan U een woonplaats in onze harten hebt bereid,
En voor de kennis, het geloof en de onsterfelijkheid
Die U ons door Jezus, Uw dienaar, hebt geopenbaard.
U zij lof in eeuwigheid !
6.Gij, almachtige Heer, hebt alles geschapen
Omwille van Uw Naaam.
Voedsel en drank hebt U de mensen gegeven om te nuttigen,
Opdat zij U danken ;
Maar aan ons hebt U geestelijk voedsel en drank geschonken
En eeuwig leven door Uw dienaar.
Wij danken U voor alles, omdat U machtig zijt.
U zij lof in eeuwigheid.
7.Gedenk, Heer, Uw Kerk, haar te verlossen van alle kwaad
En haar in Uw liefde te voltooien,
En brengt haar, de geheiligde, van de vier windstreken
bijeen in Uw Rijk.
Dat Gij U Bereid hebt.
Want aan U is de macht en de heerlijkheid in eeuwigheid.
8.Dat de genade kome en de wereld verga.
Wie heilig is, kome nabij ; wie het niet is, moet boete doen.
Heer, kom !
Amen.( genomen uit het boek : ‘De bijbel en het Christendom’ verschill.auteurs
4 delen. Deel 1 pp.64-65) De nummering van de bladz. is van mij.Strofe 1-4 vormt hst. 9/ strofe 5-8 vormt hst.10.
.
Commentaar :
Vers 1 : ‘eerst omtrent de beker’ : de tekst doelt op de eerste bekerritus. Zie: lc.22,17.
‘Dienaar’ : letterlijk ‘knecht’, kind, hulp, rechterhand
Aan U de eer in de eeuwen : de joodse zegenformule is een ‘eringsformule’(doxologie ) geworden.
Vers 2. : vervolgens met betrekking tot het gebroken brood : Verwijst naar de broodrite. Want aan U is de heerlijkheid …: weer een doxologie.
Vers 3 : op de bergen : een mooi woord voor groene heuvels ? een associatie met de Berg van Jezus , van Mozes ?
Bijeengebracht worden : Eenheid was toen al een aandacht-vragend , want wezenlijk element
Door Jezus Christus in eeuwigheid : doxologie door ( en met en in) Hem.
Vers 4 : Niemend ete en drinke : zie Paulus’aanwijzing in Kor.11,17vv : eerbiedig eten ; dit soort maaltijd is niet om je honger te stillen ; het gaat om iets heiligs.
Vers 5. : Nadat gij u verzadigd hebt : = na de maaltijd.Een goed moment om te danken. : Danken om Jezus Christus..Om dat dankzegg
en gaat het nu.
U zij lof…: doxologie.
Vers 6 : Danking om eten en drinken
Gij hebt alles geschapen : Joods (Gezegend zijt Gij, Heer onze God, koning van het heelal)
U zij lof.. : weer afsluiting met een doxa-woord.
Vers 7 : Smeking om de Kerk.
De vier windstreken …: ‘Uit het Oosten breng Ik uw kroost terug en uit het Westen verzamel Ik u. Tegen het Noorden zeg ik : Geef hier ! en tegen het Zuiden : Houd hen niet vast…’Jes.43,5vv.
Want aan U is de macht….. : slotdoxologie.
Vers 8. : Uitnodiging tot de communie
Heer kom (Maranatha) : de Heer komt (of : is gekomen).
Hier ontbreekt het instellingsverhaal. De apostelen deden wat de Heer deed en dat hebben zij doorgegeven aan hen die volgeling van Jezus wilden zijn. Het instellingsverhaal zal pas later komen, als legitimatie of inspiratie daartoe. Later, toen de maaltijd uitviel, en de eucharistie een aparte dienst ging vormen zijn de verzen 1-4 verdwenen. Maar het ter zake stellen van brood en wijn, evenals het naar voren brengen, aan het begin van de maaltijd is gebleven en heeft die plaats behouden, wat wij anaphora (offerande ), noemen.
Geleidelijk aan zal de maaltijd verdwijnen. Vinden wij hier een voorbeeld van in de ‘Traditio apostolica’ van Hippolytus (ca.250 te Rome) ? Hier verschijnen de instellingsverhalen wél.
We geven als voorbeeld de tekst van Hippolytus uit de ‘Traditio apostolica’ (uitg.ed Botte, Münster,1963). De vertaling is van Prof. H.Wegman (+) :
‘Wij danken U, God, door uw welbeminde Zoon Jezus Christus, die Gij op het einde der tijden als Redder naar ons hebt gezonden, als Verlosser en Boodschapper van uw wil. Hij is Uw Woord,
onafscheidelijk met U verbonden. Door Hem hebt Gij alles geschapen, in Hem uw welbehagen gesteld. Gij hebt Hem vanuit uw hemel gezonden in de schoot van een Maagd. In haar ontvangen is Hij mens geworden. Hij heeft zich geopenbaard als uw Zoon, geboren uit de Heilige Geest en uit de Maagd.
Hij heeft om Uw Wil te volbrengen en u een heilig volk te bereiden zijn handen uitgestrekt toen Hij leed : om door te lijden allen die in U vertrouwen van het lijden te verlossen.
Toen Hij zich vrijwillig overgaf de lijdensweg te gaan, om de dood te vernietigen, de hel met voeten te treden, de rechtvaardigen te verlichten, de geloofsregel te bevestigen en de opstanding te openbaren, nam Hij brood, sprak de dankzegging en zei : ‘Neemt en eet, dit is mijn lichaam, dat voor u zal worden gebroken’.
Zo ook de kelk en Hij sprak : ‘Dit is Mijn bloed dat voor u gegoten wordt. Als gij dit doet, doet het ter gedachtenis aan Mij’.
(Derhalve) Zijn dood en opstanding gedenkend bieden wij U aan het brood en de beker, terwijl wij U danken dat Gij ons waardig hebt gekeurd voor uw aangezicht te staan en U te dienen.
Wij vragen U Uw Heilige Geest te zenden over de gave van de heilige Kerk, in eenheid te verenigen al degenen, die deelnemen aan het heilige (mysterie). Vervul hen met de Heilige Geest ter bevestiging van het geloof en de waarheid, zodat wij U loven en verheerlijken door Uw Zoon Jezus Christus.
Door Hem mogen U worden gebracht glorie en eer, Vader, Zoon met de Heilige Geest, in de heilige Kerk, nu en in de eeuwen der eeuwen.
Amen’
Hier hebben we dus waarschiinlijk reeds te maken met een eucharistieviering, die los staat van een maaltijd, met daarin – op het einde- een eerste aanzet van een epiclese.
Ik wil er tenslotte nog op wijzen, dat Augustinus gewag maakt van zowel een eucharistie mét maaltijd als een eucharistie zonder maaltijd, en dit op witte donderdag:’ De avonddienst is toch voor de vasters zo laat gezet ? Want nu is het overal verschillend, en dat hangt samen met dat al of niet eten en baden, en sommigen zeggen bovendien dat er tenminste één offer na de coena (=avondmaal) gecelebreerd moet worden omdat er geschreven staat simili modo postquam coenatum est (= zo ook na de maaltijd).Wel, dit laatste argument is onzinnig. En wat de dubbele dienst betreft, ik houd het er voor dat de morgendienst er is voor de niet-vasters die een bad nemen (dus zonder maaltijd – noot van mijzelf), en de avonddienst voor de consequente vasters die wel geen bad nemen doch eerst laat hun coena gebruiken en dan ter kerke gaan. En wat dit laatste punt betreft, dat er bij ons hier dan des avonds en nog wel ontnuchterend wordt gecelebreerd en gecommuniceerd, dat gebeurt alleen op deze dag, en is een historische herinnering, aan het uur en de omstandigheden van het Laatste Avondmaal’Augustinus, uit de brieven aan Januarius.geciteerd in ‘Augustinus de zielzorger – F Van der Meer- deel II, p 22)
(nb.het baden stamt uit de tijd na 313, toen er elk jaar zeer veel dopelingen waren, die zich veertig dagen niet hadden gewast. Maar dan werd er niet gevast.Baden en vasten gingen niet samen.
Dat in de oudste teksten de instellingswoorden niet altijd voorkomen, wil daarom niet zeggen dat het niet gebeurde. Er zijn teksten bekend waarin deze wel vermeld worden :
Zoals bv. Bij Justinus (rond 165) in zijn ‘eerste apologie’ : we citeren : ‘ Na de voorlezing (van de apostelen of de profeten) houdt de voorganger een toespraak….Dan wordt brood, wijn en water gehaald, en de voorganger spreekt met krachtige stem de gebeden en dankzeggingen uit waarmee het volk instemt door met ‘Amen’ te antwoorden.Daarna wordt het geconsacreerde uitgedeeld waarvan iedereen zijn deel krijgt. (geciteerd in Bijbel en Christendom, verschillende auteurs, deel 1, p.62. ) In dezelfde apologie zegt hij nogmaals ongeveer hetzelfde, maar daar is wél sprake van het uidelen van de wijn :’Na de dankzegging….delen de diakens het brood, het water en de wijn uit aan alle aanwezigen en brengen de gave ook naar diegenen die afwezig zijn’( Bijbel en Christendom, op.cit.deel 1, p.67.)
De reden waarom de instellingsverhalen niet altijd voorkwamen is waarschijnlijk omdat het hier gaat om te ‘doen wat de Heer deed’. Kennelijk was het gemeenschap zijn in Jezus Christus voldoende basis voor de Eucharistie, zonder consecratiewaarden. De consecratie is anamnese, desnoods
het toppunt ervan, ‘ons’ brood hier en nu verbonden met ‘Zijn Brood’ toen en
ginds
We vinden hier echter nog geen ‘Onze Vader’ : ‘.Noch bij Justinus (rond 150), noch in de ‘Traditio apostolica’ van Hippolytus (rond 215) vinden we enige vermelding van het Onze Vader tijdens een eucharistieviering. De nuttiging sloot toen nog onmiddellijk bij het eucharistisch gebed aan . Zelfs wanneer wij in de eerste helft van de vierde eeuw, o.a. in de zgn Clementijnse liturgie en het euchologion van Serapion van Thmuïs de tendens gewaarworden om aan de communie enkele voorbereidende gebeden te laten voorafgaan, dan vinden wij daaronder nog steeds niet het Onze Vader vermeld’ (A.Verheul, op.cit. p. 98-99)
Het is pas in de vierde eeuw dat zowel in Oost als West het Onze Vader als voorbereidingsgebed op de communie verschijnt. In het Oosten is er sprake van bij de schrijver van de mystagogische catechesen, bij Cyrillus van Jeruzalem (rond 385) of diens voorganger en in sommige homilieën van Johannes Chrysostomos., bij Gregorius van Nyssa en Faustus van Byzantium In het Westen zijn het vooral Ambrosius en Augustinus en Hiëronomus die er gewag van maken. (A.verheul : op.cit.p99)
4. VERDERE ONTWIKKELING VAN DE ANAPHORA IN DE BYZANTIJNSE LITURGIE
Waar tot nog toe de ontwikkeling voor Oost en West gelijklopend waren, gaan we ons nu vooral toespitsen op de ontwikkeling van de Byzantijnse liturgie.
Er zijn heel veel bronnen te vinden voor de liturgie in het Oosten, indirekte en direkte. We beperken ons tot de direkte bronnen :
Deze direkte bronnen hebben vooral betrekking op de liturgie van Jeruzalem, die van grote invloed is geweest. Jeruzalem en Palestina waren sinds Constantijn de pelgrimsoorden bij uitstek. Daar, in de grote kerken, gebouwd door de keizer en de keizerin, ontplooide zich een plaatselijke liturgie die een grote uitstraling heeft gekend. Een tweede belangrijk centrum was Antiochië.
We steunen ons voor dit onderzoek op het boek : ‘Geschiedenis van de christelijke eredienst in het Westen en in het Oosten, H.A.J Wegman, Gooi en sticht bv, Hilversum,1976.’
Direkte bronnen :
‘Itinerarium Aetheriae’
: rond 400- beschrijving van de eredienst te Jeruzalem – geen teksten
Het Armeens lectionarium : over de organisatie van de viering van het kerkelijk jaar – een leesrooster en de keuze van de kerkgebouwen voor de liturgie – alles te Jeruzalem.(420-450).
Het Georgisch lectionarium.
De catechesen van Cyrillus van Jeruzalem.
Constitutiones apostolicae : 5e eeuw – met betrekking tot de kerkorde in Antiochië. Boek VIII : gedetailleerde beschrijving van de Eucharistie.
Testamentum Domini nostri Jesu Christi : monophysitisch – gegevens ook over de eucharistie.
Belangrijk is, dat wij vooral uit deze bronnen veel kunnen leren over de christelijke initiatie : doopsel-zalving-eucharistie.
We hebben een zeer afgewogen voorbeeld van de ‘anaphora’ van Jeruzalem. We geven hiervan een poging tot reconstructie. (Wegman : p69 – franse tekst / vrije.vertaling is van mij) (we nemen alleen de tekst vanaf de instellingswoorden.:
1.Er is eerst een lofprijzing tot de Vader
2.dan volgt het Sanctus
3.vervolgens een Embolisme van het Sanctus
4.dan worden de wonderdaden van God in de geschiedenis aangegeven
5.De instellingswoorden :
‘Daar Hij zich ging onderwerpen aan de vrijwillige dood, Hij zonder zonden, voor ons zondaars, de nacht waarin Hij zou worden overgeleverd voor het leven en het heil van de wereld.
(De priester richt zich op, neemt het brood en zegent het met het teken van het kruis, en zegt : )
Het brood in zijn heilige en onbevlekte handen nemend en zonder zonden, en het aan U aanbiedend, God en Vader, dankte Hij U, sprak de zegen uit, Hij heiligde het,brak het en gaf het aan Zijn leerlingen en apostelen zeggend :
Neemt, eet, dit is Mijn lichaam gebroken voor U en uitgedeeld tot vergeving der zonden.
(Het volk 🙂 Amen
(Vervolgens, na de kelk te hebben genomen, zegt hij met zachte stem, na het met het kruisteken te hebben gezegend )
Hetzelfde, nadat zij gegeten hadden, mengde hij de wijn en het water.Hij sprak de zegenbede uit,deelde het uit aan Zijn leerlingen en apostelen, zeggend:
(en het opheffend)
Drink allen hieruit, dit is mijn bloed, het bloed van het nieuwe Verbond, vergoten voor u en voor velen en uitgedeeld tot vergeving der zonden.
(Het volk : )Amen.
Vervolgens, zich oprichtend zegt hij met zachte stem )
Telkens Gij van dit brood eet en deze beker drinkt doe dit tot gedachtenis aan Mij.Verkondigend de dood des Heren totdat Hij wederkomt.
(En de aanwezige diakens antwoorden 🙂
Wij geloven en belijden.
(Het volk)
Wij verkondigen Uw dood, Heer, en wij belijden Uw Verrijzenis.
Anamnese (gedenken)
(Vervolgens maakt de priester het kruisteken en zich buigend zegt hij : )
Gedenken wij Zijn dood en verrijzenis uit de doden op de derde dag, van Zijn hemelvaart waar Hij zit aan Uw rechterhand, God en Vader, en van zijn tweede glorierijke wederkomst, wanneer Hij komt om levenden en doden te oordelen elk naar zijn werken ; Wij offeren U dit heilig en onbloedig offer opdat wij niet naar onze fouten en schulden zou
den beoordeeld worden, maar volgens uw barmhartigheid en menslievendheid. Delg de zonden uit van hen die tot U bidden.
(En Hij roept uit : )
Want Uw volk en Uw Kerk smeken U
(Het volk):
Heb medelijden met ons o Vader almachtig.
Epiclese
(En de priester terug rechtstaande zegt met zachte stem )
Heb medelijden met ons, o God, o Vader Almachtig, en zend over ons en over Uw gaven hier aanwezig, Uw Heilige Geest ;
(knielend zegt hij : )
De Heer en Levendmaker, die met U God en Vader en met uw Zoon troont, Hij die met U regeert, één in wezen en eeuwig met U. Hij die gesproken heeft door de Wet en de Profeten en in het Nieuwe Verbond, die gekomen is onder de gedaante van een duif over onze Heer Jezus Christus in de rivier de Jordaan, die is neergedaald over uw Heilige Apostelen onder de vorm van vurige tongen;
(en hij roept uit : )
Opdat Hij zou komen en hij van dit brood, het lichaam van Christus zou maken.
(Het volk : ) Amen
(De priester : ) en van deze beker het kostbaar bloed van Christus.
(Het volk : ) Amen
(De priester, zich oprichtend : ) Opdat zij het zouden worden voor allen die eraan deelnemen tot vergeving der zonden en voor het eeuwig leven voor de heiliging van zielen en lichamen, tot vruchbaarheid van onze goede werken, voor de bevestiging van Uw Heilige Kerk die Gij gebouwd hebt op de rots van het geloof, dat ze zou weerstaan aan de machten der hel, haar bevrijdend van elke ketterij en ergernissen die onrust brengen tot aan de voltooiing der tijden.
(En alleen de aanwezige geestelijken antwoorden : ) Amen
We hebben hier duidelijk te maken met een Antiochische anafora die als kenmerk heeft :
1. Lofprijzing tot God, uitlopend op het driemaal heilig
2. De gedachtenis van Gods heilshandelen (dankzegging – anamnese – met als centrum : het instellingsverhaal
3. Jezus opdracht : doet dit tot mijn gedachtenis
4. Epiclese.
(In de Alexandrijnse anafora is er ook een epiclese voor het instellingsverhaal)
De liturgie van Jeruzalem is model geweest voor de verdere ontwikkeling van de liturgie voor zowel het Oosten als het Westen.Alhoewel Jeruzalem reeds lang geen politiek centrum meer was, dat was eerst Antiochië en later Constantinopel), toch werd het door de Keizer een Kerkelijk centrum. Velen gingen er de heilige plaatsen bezoeken. Zo kwam ook de rest van de Oosterse
Christenheid onder invloed van de liturgie van Jeruzalem.
Het is ongeveer in dit tijdperk (300-600) dat de meeste ritussen vorm hebben
gekregen, zowel in Oost als in West. Meestal gecentreerd rond een bepaald centrum, een bepaalde lokale kerk. Vanuit een drang naar eenheid ontstond er een soort groepsvorming rond één centrale Kerk. Het gevolg hiervan was het ontstaan van verschillende ritussen (zowel in oost als in west).
5. DE VOORNAAMSTE RITUSSEN WELKE IN DEZE PERIODE ONTSTONDEN :
Alexandrië :
De metropool van Egypte – kerkelijk centrum
Door het monophysitisme (451) is de Kerk van Egypte verdeeld in :
– Orthodoxen : die hun eigenheid opgaven en zich met Constantinopel conformeerden
– De Kopten (monophysitisch)
De oude Alexandrijnse traditie moet men bij de Kopten zoeken (en Ethiopië)
Antiochië :
De Griekse stad in Syrië was lange tijd het politiek centrum, en daarom ook kerkelijk van grote betekenis.Daar ontwikkelde zich een eigen ritus die een grote uitstraling heeft gekend en met name Constantinopel heeft beinvloed.
In 451 werd de Kerk van Antiochië verdeeld in :
– Orthodoxen : (melkieten, volgelingen van de Keizer) die verbonden blijven met Constantinopel en de eredienst ervan overnamen( die zelf in oorsprong Antiocheens is)
– De monofphisitische ritus van de Jacobieten, : hierin leeft vooral de Antiocheense traditie voort.Christenen van India (Malabar) hebben in de 17e eeuw deze traditie overgenomen Ook bij de Kopten was de invloed ervan groot.
– De Maronieten : Ontstaan in 681 (monotheletisme ) Zij hebben de Syrische traditie bewaard, maar zijn sterk gelatisiseerd toen ze zich met Rome unieerden.
Perzië :
Kwam met het Christendom in aanraking via Antiochië en vooral Edessa . Het Christendom is Syrisch, de Oost Syrische traditie genoemd, met eigen acce,nten en gebruiken, die te maken hebben met hun geïsoleerd bestaan, die leefden buiten het Romeinse imperium. Deze Kerk is Nestoriaans geworden en heeft zich bijna geheel van de andere Kerken afgesloten (einde 5e eeuw). Hier zijn de oudste lagen van de eredienst goed bewaard gebleven en de gedachteniswereld van de joods-christelijke gemeenten is er nog in voelbaar .
Constantinopel :
Ondervond invloed van Antiochië en is theologisch bepaald door Capadocië (Gregorius van Nazianze was aartsbisschop van Constantinopel.). Constantinopel werd steeds machtiger, ook Kerkelijk, door de groeiende invloed van de Keizer, het overweldigde Antiochië en Jeruzalem.
De Byzantijnse ritus is een merkwaardige synthese van verschillende tradities. Er is een merkwaardige inbreng merkbaar van gans het oosters christendom.Het oosten heeft ook steeds over alle dwalingen gezegevierd, en er telkens rijker uit voortgekomen..Wat wij tegenwoordig de oosterse liturgie noemen is de Byzantijnse liturgie. In Alexandrië, in Oost-Europa, zelfs in Syrië, de koptische en Armeense traditie is de Byzantijnse invloed merkbaar.’ Door de opname van vele tradities en verwerking daarvan is de Byzantijnse traditie de uitdrukking van het Oosters christendom’ ‘The Byzantine synthese’(Schmemann)
(Bron : Geschiedenis van de Christelijke eredienst in het westen en het oosten, op.cit. pp.75-76)
6. DE ANAPHORA, INGEDEELD VOLGENS DE RITEN OF FAMILIES
De oosterse anaphora stemmen hierin overeen, dat zij als compositie geen veranderlijke gedeelten kennen.
De Oost-Syrische anaphora : een keuze :
1. De anaphora van de Apostelen Addaï en Mari :
Het zijn de oudst bekende teksten (3e eeuw ?).Er is geen instellingsverhaal .Bovendien zijn er latere toevoegingen : sanctus en misschien de epiclese.Het is een gebed, semietisch van kleur : verheerlijking van de Naam Gods, vermelding van de zondigheid en begenadiging van de mens als heilseconomie van God. Het lijkt nog op een tafelgebed.: de verkondiging van Gods grote daden in Jezus tot op vandaag.
2. De anaphora van de apostel Petrus (maronietisch)
Staat in verband met het vorige, maar door toevoegingen ontwikkeld.
3. De anaphora van Theodorus van Mopsueste
4. De anaphora van Nestorius : Beïnvloedt door de west Syrische (Jeruzalemse ) traditie(zo ook die van Theodorus van Mopsueste)
De West-syrische anaphora :
1. De anaphora van de 12 apostelen
2. De anaphora van de H.Chrysostomos
De teksten schijnen terug te gaan op een gemeenschappelijk ouder
origineel uit het begin van de 4e eeuw (Antiochië).Kan overeenkomt
hebben vertoond met die van Addai en Mari en had waarschijnlijk geen
sanctus met inleiding. Het auteurschap van Chrysostomos is omstreden.
Het oude origineel heeft in de loop der tijden theologische toevoegingen
gekregen.
Structuur :
a.in het eerste deel en de dankzeggen werden vermengd
b.Sanctus met inleiding lijkt inderdaad een latere toevoeging. Er is een duidelijke onderbreking van de compositie.
c.Na het sanctus is er geen duidelijke anamnese (gedenken)van de
heilsdaden van God : één zin vormt de overgang naar het instellingsverhaal.
d. Anamnese
e. Epiclese
f. De smeekbeden
g. De doxologie.
De opbouw is eenvoudig, typisch Antiocheens.
.
3. De anaphora van Basilius.
Er is een Byzantijnse lange versie en een Alexandrijnse korte versie. Het
is een typisch Griekse anaphora, die elke semitische trek heeft verloren
en waarin harmonie en theologische reflexie voorop staan.
De opbouw is Antiocheens :
a.Lofprijzing : waartoe de mens alleen in staat is door de Zoon en in de
Geest(Triniteitshymne)
b.uitlopend in het Sanctus
. c.Anamnese van Gods heilsdaden in de schepping en de herschepping,
dat het werk is van de Zoon
d. Het instelingsverhaal
e.anamnese (offer-gedachtenis)
f.De intercessiones
g.De slotdoxologie
Vermelden wij ten slotte ook nog kort de Alexandrijnse anaphora.Deze verschillen van de Antiocheense door de opbouw van de anaphora. Meest opvallend is dat er ook een epiclese is voor de instellingsverhalen.
1. De anaphora van Marcus : Grieks geschreven, de koptische vertaling is bekend.
Structuur :
a.Lofprijzing en dank tot God, die de mens geschapen heeft.
b.Het offer ( dankzeggend offeren wij een geestelijke en smetteloze cultus)
c.De smeekbeden voor de Kerk en de volkeren en allen die in nood verkeren.
d.Sanctus, met inleiding.
e.Eerste Epiclese, in aansluiting op ‘Vol zijn hemel en aarde van uw glorie’ –‘maak ook deze gaven vol van uw zegen door de Heilige Geest.
f.instellingsverhaal met anamnese
g. Epiclese
h. Doxologie.
2. De anaphora van de papyrus Dêr-Balyzeh.
3. De anaphora van Serapion : opvallende tekst waarin de Didachè wordt geciteerd en het instellingsverhaal wordt uitgelegd. De epiclese is een ‘logos’epiclese
.(Bron : Geschiedenis van de eredienst in het Westen en het Oosten, op.cit.pp.101-103)
Voor ons is de anaphora van de H.C
hrisostomus van belang. De andere anaphora zijn eveneens van belang in die mate dat ze de anaphora van Chrisostomus hebben beïnvloed, maar ook omwille van hun eigen inbreng .Toch vinden we in alle anaphora ongeveer vergelijkbare elementen terug , zij het soms op een andere wijze en structuur.
In de verdere ontwikkeling zien we een grote Byzantijnse synthese naar voor komen.De Byzantijnse liturgie is vooral beïnvloed door de Antiochische ritus, maar anderzijns hebben de andere ritussen grote invloed ondergaan van de
Byzantijnse.
Ter afsluituing geef ik hier nog de structuur van de huidige anaphora binnen de Liturgie van de H.Chrisostomus , aan ons om de teksten met mekaar te vergelijken :
DE EUCHARISTISCHE CANON :
a. oproep om aandacht : Laat ons in vreze staan
b. HET EUCHARISTISCH GEBED
– Het is recht en waardig….
– Heilig …(driemaal heilig)
– Herdenken van het Avondmaal
– C. CONSECRATIE
– De instellingswoorden
– Offer van het lichaam en bloed met lied : ‘Wij prijzen U’
– Epiclese of aanroeping van de Heilige Geest
D. GROOT GEBED
– Gedachtenis aan de heiligen, de overledenen en levenden
– Lofzang voor de moeder Gods
– Samenvattende litanie + stil gebed van de priester
– Onze Vader
E OPHEFFING, BROODBREKING en COMMUNIE
– Zegening, gebed
– Het heilige voor de Heiligen
– Broodbreking en gedachtenis
– Communiegebed
F COMMUNIE VAN PRIESTER EN DIAKEN
&nbs
p; G ZEGENING VAN VOLK MET DE KELK
H COMMUNIE VAN DE GELOVIGEN
I OVERBRENGING VAN DE GAVEN NAAR DE PROTHESIS
J WEGZENDING VAN DE GELOVIGEN – KUSSEN VAN HET
KRUIS EN UITDELEN VAN HET ANTIDORON.
BESLUIT
Deze uiteenzetting is verre van volledig , er is té weinig nog ingegaan op het tekstmateriaal.Té weinig is ook de geschiedenis van het ontstaan van de anaphora beschreven, omdat hiervoor dikwijls de nodige gegevens ontbreken. Toch is misschien iets naar voor gekomen van de rijkdom van de Byzantijnse synthese, welke wij in onze Kerk nu kennen, en dat het oosters Christendom zo heeft gekenmerkt. Het was mijn bedoeling ,kort maar toch verhelderend, een stukje geschiedenis van de anaphora naar voor te brengen. Het moge ons helpen tot een beter begrijpen van de orthodoxe liturgie in zijn geheel.
Kris Biesbroeck

