PELGRIMSTOCHT NAAR DE TUIN VAN DE MOEDER GODS
-ATHOS-
Het is waarschijnlijk de droom van elke mannelijke Orthodox (vrouwen zijn er niet toegelaten !)om eens in zijn leven op pelgrimstocht te gaan naar de Heilige Berg Athos. Twee leden van onze parochie (Paul en Kris) en één lid van de parochie van Leuven (Bert Genbrugge) hadden in oktober het geluk om deze tocht te ondernemen, dank zij de hulp van Bisschop Athenagoras.
De Heilige Berg, ook genoemd : de tuin van de Moeder Gods is een bergachtig gebied, ik denk, het mooiste stukje natuur van de ganse wereld. Twintig kloosters bieden er onderdak aan een 1500 monniken, die in totale afzondering en voortdurend gebed hun dagen doorbrengen. De tijd ontbrak om het gehele gebied eens te gaan verkennen en er de eeuwenoude iconen en relikwieën te gaan vereren. Het is zo, dat er per dag amper 100 Orthodoxe bezoekers worden toegelaten en 10 niet-Orthodoxe, en dan nog voor maximum 4 dagen. Nog goed ook, want hebben kunnen merken dat sommige niet-Orthodoxe ‘pelgrims’ er een stap vakantie van zouden maken.
Na een geslaagde vlucht vanuit Brussel, over Milaan kwamen we uiteindelijk in Thessaloniki aan. We werden al vlug geconfronteerd met een uitzonderlijk drukke stad. Gelukkig hadden we een hotel gereserveerd om nog eens goed te kunnen uitslapen. We bezochten nog diezelfde dag de mooie kerk van de Heilige Sofia en het klooster van de H.Theodora met haar mooie fresco’s. In de Kerk van de H.Sofia waren we getuige van een groep vrouwen die mooie Byzantijnse gezangen ten beste gaven. Toch wat eigenaardig dat een groep vrouwen in een Byzantijnse Kerk stonden te zingen, maar uit navraag bleek, dat dit allemaal vouwen waren die Byzantijnse muziek studeerden, en dat zij toestemming hadden om in twee kerken, waaronder de H.Sofia geregeld een gebed te houden met Byzantijnse gezangen. Voor de Kerk een hoopvolle ervaring.
‘sAnderendaags moesten we al vlug vertrekken met de bus naar Ouranoupoulis, een klein stadje op de grens met de Athos. Het was een lange tocht door het groene Thessalia. We hadden ook daar een hotel gereserveerd waar onze vrouwen 4 dagen zouden verblijven, een mooi hotel met zwembad en kamers met uitzicht op zee.Het kon niet beter. De dag nadien moesten de mannen dan naar het bureau om het diamonitirion af te halen (een soort visum) We moesten met de lijnbus, want het hotel lag nogal veraf van de haven. Natuurlijk , wij zijn in Griekenland, de bus kwam niet af. Dan maar autostop gedaan. Een vriendelijke griek nam ons mee, en op 5 minuten stonden we aan het bureau voor onze papieren. Dan de ticketten voor de boot halen en op naar het haventje waar de boot al druk doende was om goederen in te laden voor de bevoorrading van de Athos. Het was wel even spannend. Gewapend met ons diamonitirion , en na een strenge controle, kwamen we uiteindelijk op de boot. Van nuaf aan geen vrouwen meer. Monniken en leken. Op de boot waren monniken druk doende hun koopwaar uit te stallen. Het was een oude , nogal vuile boot, maar onze aandacht ging naar de Berg. Het zou wel een tijdje varen zijn. Maar plots doken de eerste monasteria op : Kastamonitou, Dochiariou, Xenofontos, en tenslotte het Russikon of het monasterie van de H. Panteleimon. Dat was ons eerste monasterie. We werden er vriendelijk maar correct ontvangen. Een van de eerste vragen was natuurlijk of we Orthodox waren. Het is nu eenmaal zo dat Orthodoxen er het meest welkom zijn. Dan naar onze kamer, en nog wat vrije tijd om één en ander te doen. Het is een prachtig monasterie. Om twee uur zouden wij ons ‘avondmaal’ krijgen. Ze hanteren daar nog altijd het Byzantijnse uur, zodat we ons uurwerk direct 5 uur mochten verschuiven. Direct was het voor ons ‘avond’. Na een eerste maaltijd : puree met een lap daarop. Ik dacht : dit is een omelet, maar ik had mij vergist. Het was vis. Ja, die dag was het een grote feestdag in het monasterie, en op feestdagen stond er vis op het menu. Normaal eten de monniken twee maal per dag : geen vlees, geen vis, alleen groenten en brood met water of thee (en éénmaal een kruik wijn). Je moest er wel vlug bijzijn, want het eetmaal was vlug afgelopen. Op een teken van de Higoumen springt iedereen terug recht. Gedaan met eten.Wat niet op is laat je liggen.
Na het eetmaal kregen we wat uitleg van een monnik over het monasterie. We bezochten de benedenkerk. Prachtig. In Panteleimon zijn er zeven kerken, we konden er twee bezoeken. Wij hadden ook het geluk, meerdere malen de relikwie van de Heilige Silouan de Athoniet te kunnen vereren. Later op de ‘avond’ was er dan een grote dienst voor de feestdag die vijf uren duurde. De slavische gezangen waren subliem, en we hebben het die vijf uur uitgehouden. Wél kregen de gasten nog een extra maaltijd (wat overschot van ’s avonds !) .
We hadden een woelige nacht
. Paul snurkte als een varken en was met geen enkel middel tot stilte te brengen. Bert zijn bed stond ’s morgens de andere kant van de kamer, hij was blijkbaar op de vlucht gegaan voor het lawaai..
’s Anderendaags om vier uur uit bed voor de liturgie. Omdat elk monasterie er speciale regels op na houdt om te communiceren, hadden we op voorhand gezegd om het niet te doen, alhoewel ik denk dat het geen probleem zou geweest zijn. Daarna op weg naar ons volgend monasterie : Xenofontos. Ongeveer een drie kwartier te voet . We hebben van die voettocht genoten : de zee , de natuur, de stilte.. Aangekomen in het monasterie, was er niemand te bespeuren. Dan maar op zoek naar iemand. Die vonden wij in een kleine keuken. Direct werden wij ontvangen met een tas koffie (griekse) en loukoumi. Was dat lekker, we konden er niet afblijven ! De liturgie was er korter, ik denk zoals op een normale dag. Het eten bestond uitsluitend uit groenten en brood en water. Dan naar de kerk voor de vespers. We hadden dit maal goed geslapen. Het gesnurk was aanvaardbaar. We hadden op de kamer het gezelschap van een Roemeense jongeling. Hij was de ganse zomertijd gids geweest voor Roemeense toeristen die de Meteora wilden bezoeken.. Hij zou nu terug naar Roemenië vertrekken. In dit monasterie was er wel een douche, maar alleen koud water. Was dat rillen, maar ja, geen probleem, we waren immers op pelgrimstocht. Alle materiële beslommeringen konden we van ons afzetten. Onze aandacht moest gaan naar het essentiële : de ontmoeting met Christus. ’s Morgens had ik even een probleempje : ik zocht mijn rode tea-shirt (Paul beweerde dat het om drie uur ’s nachts was, maar volgens mij was het later) en die was verdwenen. Bleek achteraf dat het een blauwe was, en die lag voor het grijpen. Paul heeft er natuurlijk veel plezier aan beleefd.
We zouden tijdens de liturgie graag de communie ontvangen hebben. Op een bepaal moment kwam een monnik naar mij toe en vroeg mij of we Orthodoxen waren. Ik antwoordde positief (anders waren we waarschijnlijk buitengevlogen). Ik heb meteen van de gelegenheid gebruik gemaakt om te vragen of ik kon communiceren. Hij zij mij dat dat niet kon. Ik vroeg waarom, en hij antwoordde : straks gaan we olie en kaas eten, dan kan je toch nu niet te communie gaan ! Wat konden we hierop zeggen. Hij vroeg mij of ik het begrepen had (hij sprak grieks), ik antwoordde OXI, want ik kon mijn eigen oren niet geloven, maar toen hij het herhaalde besefte ik dat ik het toch goed had begrepen. Ik had al veel argumentaties gehoord van mensen die tegen de frequente communie zijn, maar dit !!!?. Enfin, wat kon ik er meer aan toevoegen. Als het moment van communiceren aangebroken was, kwam ik voor een andere verrassing te staan. De priester kwam naar buiten met de kelk, ‘nader in vreze God en met Liefde’ en draaide zich onmiddellijk terug om. Ik had er wel al over gehoord dat zoiets bestond, maar nu heb ik het met eigen ogen gezien. Maar ja, zij hebben hun gebruiken. Hopelijk zal dat ooit eens veranderen. Ik denk er alvast het mijne over.
Na de liturgie vertrokken we dan naar ons derde klooster : Simonos Petra. Wij waren heel benieuwd. We kenden de beroemde gezangen van dat monasterie. We moesten eerst naar het havente Dafni, en daarna een andere boot naar Simonos Petra. Een prachtig monasterie, een burcht gelijk, hoog gelegen op een heuvel. We hadden niet gemerkt dat er in Dafni een busje stond om pelgrims naar het klooster te brengen. Dan maar te voet naar boven, langs een met kasseien belegde trap;, waar maar geen einde aan kwam. Was dat afzien, en zweten, maar ja het was een pelgrimmage. Er was ook een Zuid Afrikaan bij ons met een valies, de mens was al van jaren. Bert heeft hem dan maar opgeofferd om zijn valies te dragen, want die persoon zou , denk ik, nooit boven zijn geraakt. Het laatste stuk heb ik zijn valies overgenomen. Bij overmaat van ramp kregen we nog een flinke regenbui over ons. Bovengekomen stonden er twee monniken te praten, en zij zagen ons ‘ lijden.’ We kregen een ouza en konden eindelijk tot rust komen. De logeerkamer was de mooiste van de drie, met mooie douches en wc’s, en op de balcons prachtige vergezichten. We deelden de kamer met de Zuid Afrikaan en twee Duitsers. Zij waren voor de tweede maal op de Athos, maar hadden wel veel kritiek. Zij moesten, als niet-Orthodoxen, achteraan zitten in de kerk (een soort portaal). Maar ja, wie als niet-Orthodox naar de Athos gaat weet wat er kan gebeuren. De gezangen waren er van buitengewone schoonheid. ’s Anderendaags om 4 uur terug in de kerk : uren en liturgie. Opnieuw die prachtige gezangen. Ook hier was terug onze vraag : kunnen we hier communiceren. Groot was onze verwondering, dat dat daar geen enkel probleem was. Bijna iedereen ging te communie. Dat was voor mij en Paul een gezegend moment. Achteraf zat ik wel te denken : hoe is het mogelijk, dat je in het ene monasterie niet mag communiceren en een paar kilometer verder het geen enkel probleem is !!!. Wordt het geen tijd dat men in de Orthodoxe Kerk daar geen verschil meer in gemaakt wordt ? Dat men het geweten van iedereen respecteert ? Zij die willen , kunnen en zij die niet willen , hoeven niet ! Voor mij was de pelgrimmage geslaagd : ik had het lichaam van Christus mogen ontvangen in de Tuin van de Moeder Gods !.
Bij ons afscheid van het monasterie, werden we door de gastenbroeder nog even naar binnen geroepen. We kregen een geschenk : elk kreeg een boek, een CD en een gebedssnoer, dit tot ergernis van de Duitsers die niets kregen…..
Dan terug naar Dafni, dit keer met het busje van het monasterie, de winkeltjes bezocht en natuurlijk één en ander gekocht als souvenir en dan terug naar Ouranopoulis, waar onze vrouwen ons stonden op te wachten.
Ons bezoek aan de Heilige Berg was onvergetelijk. Wij hebben er vooral geleerd dat wij hier in het Westen niet sober genoeg leven. Wij hebben toch ook veel bewondering voor de monniken, die gans hun leven daar moeten doorbrengen. Dikke monniken kom je er n
iet tegen , wel gezonde. Het zijn mensen die voor altijd zich totaal aan God wegschenken, elke dag opnieuw
De dag nadien vertrokken wij terug naar Thessaloniki. We zouden er nog vijf dagen blijven. Tijd genoeg om heel wat kerken en kloosters te bezoeken. In één kerk, hadden wij een ontmoeting met een vriendelijke priester, we kregen koffie en koeken en ieder kreeg ook een kleine ikoon van de ‘Moeder Gods die niet door mensenhanden gemaakt is’. De volgende dag zijn we teruggekeerd voor de vespers, en opnieuw hadden we een gesprek met een andere priester. Het zijn deze momenten die hartversterkend zijn
De kerken in Thessaloniki zijn prachtig : de Heilige Panteleimon , met de relieken van deze heilige, ,de Heilige Georgius, het klooster Vlatami, de kerk van de Metropoliet, waar we de relieken van de Heilige Gregorios Palamas konden vereren..De kerk van de Heilige Sofia en nog zoveel andere..
De laatste dag brachten we nog een bezoek aan de ‘catacomben’, resten van onderaardse gangen, waar de eerste Christenen zich kwamen verbergen. Ook het doopbekken, waar de eerste Christenen gedoopt werden was nog te bewonderen. In de Kerk hangen er drie iconen, welke op wonderbare wijze uit de grote brand van 1917 bijna ongeschonden zijn gekomen. Men ziet nog een lichte vorm van brandschade. Wij hebben er nog gezongen : ‘koning van de Hemel’,tot grote vreugde van de vriendelijke dame die ons het verhaal vertelde.
En toen kwam het einde van de tocht. We konden de dag nadien, met vrede in ons hart en geest, de terugweg naar huis aanvangen. We hebben er veel gezien , gebeden, ervaren. We voelden er ons als Orthodoxen thuis. We hebben veel vriendelijke mensen ontmoet. De sfeer in de groep was buitengewoon goed; ook de vrouwen waren heel tevreden. Al hebben zij de Heilige Berg niet mogen bezoeken, ze hebben toch vanop zee de kloosters kunnen bewonderen. En dan de ontmoeting die we hadden met die lieve vrouw in Ouranopoulis, waar Vader Ignace en gezin zo dikwijls te gast waren. Zij vertelde ons van het bezoek dat Bisschop Athenagora haar gebracht had samen met Patrirch Bartholomeüs. Wij hebben ook veel tijd gehad voor humor, maar daar ga ik best niet dieper op in….
Met ons hart zullen we voor altijd met de Heilige Berg verbonden blijven.
Dank aan God ! Doxa tw qew !
Kris Biesbroeck
